List

list

LIST:

LeesInterventie voor Scholen met een Totaalbenadering

Lezen IS Top

Een project dat loopt vanaf de peuterklas tot in het zesde leerjaar.

De focus van het lisproject ligt niet op de leesmoeilijkheden, maar op de leesmotivatie. Het doel van het leesonderwijs is namelijk niet het aanleren van een techniek, maar het ontwikkelen van gemotiveerde lezers die hun leesvaardigheid gebruiken om te leren en om te lezen voor hun plezier.

Er zijn drie fases in het Listproject. Voorbereidend lezen in de kleuterklassen, aanvankelijk lezen in het eerste leerjaar en vloeiend lezen van het tweede tot het zesde leerjaar.

Voorbereidend lezen

Laag 1 van het LIST-project voor de kleuters is het voorbereidend lezen.

De klasmomenten worden ingevuld met herhaald interactief voorlezen, creatief, communicatief schrijven en letters en leeshandeling.

Elke kleuterklas heeft ook een gezellige boekenhoek waar kleuters verschillende boeken kunnen ontdekken en in kunnen snuffelen

 

Aanvankelijk lezen

Bij het aanvankelijk lezen  in het eerste leerjaar wordt gewerkt met een programma waarin naast instructie van letters en leeshandeling, van het begin af aan functionele en motiverende lees- en schrijfopdrachten onderdeel uitmaken. Uit de methode wordt alleen gebruikt wat ten dienste staat van het leren lezen.

kind op boeken

Voortgezet lezen

Vloeiend lezen voor de kinderen vanaf het tweede leerjaar wordt in het project bereikt door de leerlingen veel leeftijdsadequate boeken te laten lezen. Deze boeken worden door de kinderen zelf gekozen in onze schoolbibliotheek. Leerkrachten ondersteunen de kinderen bij dit keuzeproces en bij het ontwikkelen van de eigen leesvoorkeur.

Elke listles start met de leerkracht die een boek voorstelt aan de leerlingen en daar een stukje uit voorleest. De leerkracht koppelt hier een minilesje aan vast. Wat wil de schrijver van het boek vertellen? Wat doet het boek met mij? ...

De leerlingen gaan dan 20 minuten ononderbroken in hun eigen boek lezen. leerlingen lezen in eerste instantie hardop of in duo. Nadien stillezen.

Op het einde van de les wordt er nog 5 minuten nagepraat. Wie zijn boek is er uit? Vertel er eens een beetje over? Wie heeft er iets spannends in zijn boek gelezen,...

Leerlingen die ondanks bovenstaande aanpak niet genoeg vorderen, krijgen extra leesinstructie via het interventieprogramma 'RALFI' of 'CONNECT'.